Mijn moeder samen met mijn oma.

FullSizeRender

 

 

Zaterdagmorgen, om kwart voor acht, is mijn lieve oma  heel rustig gestorven. Geboren in 1922 en achttien jaar oud toen de oorlog uitbrak.  Ze had verkering met  Jo Geenen,  die bij zijn grootouders opgroeide in een plattelandskroegje. De Duitsers staken het cafe in brand en stichtten er een legerplaats. Ze legden er landingsbanen aan en bouwden er een aantal hangars.  Dit zou later Vliegbasis Volkel worden.  Mijn opa en oma trouwden en al snel – of eigenlijk moesten ze al snel trouwen, want mijn oma was zwanger – van anticonceptie hadden ze in die tijd nog niet gehoord. Na de geboorte van hun eerste dochter kreeg mijn oma nauwelijks de gelegenheid om bij te komen, want er diende zich alweer een kind aan. Hoogzwanger was ze, toen de geallieerden de Duitse luchthaven bombardeerden. Jo en zij woonden net naast het slagveld met hun prille gezinnetje. De angst die mijn oma toen heeft moeten doorstaan, voor het leven van haar dochtertje en het nog ongeboren kind in haar buik, zouden haar haar leven lang achtervolgen.  Ze werd er overbezorgde moeder door, altijd alert voor plotseling gevaar dat zich kon aandienen. Gelukkig kwam ook haar tweede kind, gezond ter wereld, en na de oorlog kreeg mij oma nog tien kinderen. Twee overleden er vlak na de geboorte, maar in totaal zette ze tien gezonde kinderen op de wereld.  Hoe meer kinderen hoe meer zorgen, was mijn oma’s lijfspreuk.  Als het met negen van haar tien kinderen goed ging en met eentje ging het minder, kon ze niet slapen uit  ongerustheid.  

Als kleinkind had ik een heel ander beeld van mijn oma. Ze kneep stevig in mijn wangen als ik elke dag van en naar school langs haar huis kwam. Ze maakte grapjes die ik niet altijd begreep en er lagen altijd worstebroodjes in de diepvries voor onverwacht bezoek.  Ze had een enorme boezem en ik zei tegen mijn moeder, ik wil later die van jou, niet die van oma. Ik kreeg die van mijn oma.

Eenmaal zelf volwassen vond ik mijn oma de grappigste oma van de wereld. Ik snapte inmiddels haar cynische humor en haar droge commentaar. Ik weet nog de eerste keer dat ik haar spontaan een knuffel gaf- een gewoonte uit het Westen die ze in Brabant erg overdreven vonden. Toch liet ze zich door mij omhelzen. En vanaf dat moment was dat ons ritueel geworden. De laatste paar jaar zag ik haar wat minder door mijn eigen drukke gezinsleven en door de afstand. Gelukkig had ze door haar enorme grote kinderschare, met wel bijna honderd kleinkinderen en achterkleinkinderen, genoeg roering om zich heen. Ik zie haar nog zitten, met de krulspelden in haar haar, altijd een mooie gekleurde blouse aan, boezem vooruit, en knikkend met haar hoofd, dat veel meer wist over het leven, dan wij konden vermoeden.

Misschien heeft ze het 93 jaar weten te rekken, tot ze zeker wist dat al haar kinderen het aankonden. Lieve oma, je hoeft je geen zorgen meer te maken, alles is goed. 

XXXX